Skip to Content

Ontkoppel identiteit met geloof en gedrag.

Vaak worden dingen met elkaar gekoppeld over verschillende niveaus heen, die congruent lijken en toch niet noodzakelijk congruent zijn. Dit geloof is gebaseerd op onbruikbare gedachtesprongen, die ik 'laddertjes' noem. Ik illustreer met een voorbeeld.

Jan vierde net zijn veertiende verjaardag. Zijn vader kwam die morgen de trap af, wenste hem een gelukkige verjaardag en stopte hem een sigaret in de mond. “Zoon”, zei hij, “nu je een man bent, kun je sigaretten roken. Net zoals je pa!” Jan was diep onder de indruk. Vanaf toen heeft Jan altijd gerookt.

In dit verhaal heeft Jan het “man zijn” gekoppeld aan het gedrag “roken”. En dit is het rijtje die hij als overtuiging heeft opgebouwd:

- Ik rook. (gedrag)
- Ik kan roken. (vaardigheid)
- Mannen roken. (geloof)
- Ik ben een man. (identiteit)

Het is duidelijk dat hier een overtuiging bestaat die voor Jan misschien niet echt bruikbaar is. Je kunt dergelijke overtuigingen beter kwalificeren door jezelf een aantal vragen te stellen:

“Wat doet dit voor jou?”
“Wat is de boodschap hierin voor jou?”
“Hoe is dit van waarde voor jou?”
“Wat is de betekenis hiervan voor jou?”

Nieuwe reactie inzenden

CAPTCHA
Deze vraag dient om spam op deze site te vermijden.